Ploegmakers GGI (Grind en Granulaat Infiltratie)

Ploegmakers GGI BV – Regenwater is géén afvalwater!

Inleiding
Hemelwater (regenwater en smeltwater van sneeuw en hagel) hoort niet thuis in ons rioolstelsel. In het verleden was het aanleggen van gemengde riolen voor zowel afvalwater als hemelwater gebruikelijk. Tegenwoordig wil men juist geen hemelwater meer via het riool laten afvoeren om de volgende redenen:

  • Rioolwaterzuiveringsinstallaties raken vol bij hevige neerslag en er wordt minder goed behandeld afvalwater geloosd. Dit zogenaamde “overstorten” is de grootste bron van oppervlaktewatervervuiling in Nederland. Kortom het regenwater verstoord de waterhuishouding;
  • Oudere rioolstelsels in steden zijn niet groot genoeg om alle nieuwe wijken op aan te sluiten;
  • Regenwater wordt onthouden van de bodem en veroorzaakt een daling van de grondwaterstand onder terreinen en gebouwen. Hierdoor treed onnodige verdroging en soms zelfs verzakking op.

De groeiende bevolking, economie en het waterverbruik zorgen dat er steeds meer afvalwater in de riolering komt. Willen we de bestaande waterzuiveringsinstallaties en de riolen niet overbelasten dan mag er geen hemelwaterafvoer van verhard oppervlak meer aangesloten worden op de riolering. Sterker nog: op veel plaatsen wil men juist het omgekeerde bewerkstelligen. Daar spreekt men van het afkoppelen van de hemelwaterafvoer (HWA) waardoor deze niet langer op het vuilwater riool lozen. Uiteraard moet het hemelwater wel zodanig afgevoerd worden dat er geen overlast ontstaat. Het afkoppelen van de HWA en het ter plaatse infiltreren in de bodem heeft diverse voordelen voor gemeenten, waterschappen en de zuiveringsbedrijven.

Oppervlakte infiltratie

Foto 1: Oppervlakte infiltratie

Er zijn uiteenlopende manieren om het hemelwater in de bodem te laten infiltreren.Men kan eenvoudig een stuk tussen de regenpijp uit zagen, de onderkant afdoppen en over de bovenkant een bocht schuiven. Het water valt dan voor de gevel op de grond en kan in de tuin infiltreren. Dit is de eenvoudigste vorm van bovengronds afkoppelen of oppervlakte infiltratie (foto 1). Alleen indien het dakoppervlak klein is (kleiner dan 10 m²) en de bodem vanaf de gevel omlaag loopt is deze infiltratie methode aan te raden.
Waar veel onverharde ruimte is en de bodem is goed doorlatend kunnen ook grotere oppervlakten afgekoppeld worden.                          


Voorkom infiltratie van het water dichtbij de woning, en houdt voldoende afstand van de kruipruimte of de kelder. Zo kan veilig afgekoppeld worden zonder dat kruipruimte of kelder vochtig worden. Het is ook mogelijk om het water via een molgoot de tuin in te leiden. Wanneer er voldoende hoogte verschil in de tuin is, kan ook gekozen worden voor een ondergrondse buis die op een grotere afstand van het huis weer aan de oppervlakte komt.

Foto 2: Wadi

Wadi
Een variant op oppervlakte-infiltratie is de wadi (foto 2). Een wadi is een lager gelegen stuk grond, zoals een greppel of een glooiende kuil, wat doorgaans geen water bevat en waar hemelwater naartoe geleid wordt. Er zijn twee soorten wadi’s te onderscheiden. Bij de eenvoudigste is het bergend volume van de wadi het volume onder de inlaatpunten voor water. Organisch materiaal en zand wat via het hemelwater in de wadi terecht komt, blijven op de bodem achter en kunnen tijdens droge perioden makkelijk verwijderd worden.
Dit laatste geld ook voor de technisch uitgebreidere wadi die onder het inlaatniveau een slok-kop (afvoerput) heeft, waarmee water naar een onder de wadi gelegen infiltratievoorziening geleid wordt.

Hierdoor kan de capaciteit van de wadi aanzienlijk vergroot worden zonder dat een onwenselijk diepe kuil ontstaat. Omdat de infiltratievoorziening ondergronds ligt.

Ondergrondse infiltratie
Er zijn diverse ondergrondse infiltratievoorzieningen. Enkele veel gebruikte opties zijn:

  • Zak-put
  • Waterdoorlatende buizen
  • Drainageslang met bovengrondse uitloop
  • Grindkoffer
  • Infiltratiekrat

Er zijn situaties waarbij er meerdere keuzes mogelijk zijn. Er kunnen ook omstandigheden zijn waarbij er slechts één geschikte optie overblijft.
In het algemeen moet er rekening gehouden worden met een aantal standaard factoren:

  • De infiltratievoorziening moet in zijn geheel ruim boven het grondwater geplaatst zijn.
  • Ondergrondse infiltratievoorzieningen worden voorafgegaan door blad/loof-afscheiders (a)  Olieafscheider (b) en zandvangputten (c) (m.u.v. de zak-put). Het volume van de infiltratievoorziening is gerelateerd aan de oppervlakte waarvan het water afgevoerd moet worden.
  • De waterdoorlatendheid (K-waarde) van de bodem is van invloed op de snelheid waarmee de infiltratievoorziening leeg kan lopen


a. Blad/loofafscheider

Foto 3: Bladafscheider

Om te voorkomen dat grof vast materiaal (bladeren, takken, mos etc.) niet in de infiltratievoorziening terechtkomen, worden blad- of loofafscheiders geplaatst. (foto 3) Deze zijn verkrijgbaar in diverse diameters in zowel kunststof als zink.

 

 

 

b. Olieafscheider
Afvalwater verontreinigd met olieresten wordt eerst door een olieafscheider (foto 4) geleid. Het eerste gedeelte van de olieafscheider bestaat uit een bezinkgedeelte waarin de zwaardere elementen naar de bodem zullen zinken.

Door middel van een overloop gaat het overige afvalwater naar het olievang gedeelte van de olieafscheider, dit gedeelte heeft een zodanig grote opvangcapaciteit dat het afvalwater tot rust kan komen.

Foto 4: Olieafscheider

Omdat water zwaarder is dan olie, zal het bovenop het water gaan drijven. Door middel van een verticaal geplaatste afscheidingswand wordt de olie als het ware gevangen in dit gedeelte. Het bezinksel is in het eerste deel al neergedaald, en het schone water stroomt onder de verticale afscheidingswand door. Waarna het op het openbare riool of in een infiltratiesysteem geloosd mag worden.

Een olieafscheider moet volgens wettelijke NEN-normen in elk geval bestaan uit 3 onderdelen:
• Slibvangput
• Olie- coalescentieafscheider
• Controleput

Slibvangput
In de slibvangput komt de eerste scheiding tot stand onder invloed van de zwaartekracht. De zwaartekracht zorgt ervoor dat een ontmenging plaats vindt waardoor de zwaardere delen uit het afvalwater bezinken.

Olieafscheiders / coalescentieafscheiders
In de olieafscheider worden met behulp van de zwaartekracht de lichtere delen opgevangen, de olie komt in de afscheider bovendrijven en zo wordt het vervuilde afvalwater van het schone gescheiden.

Controleput
Om er zeker van te zijn dat de olieafscheider goed werkt, wordt er achter de olieafscheider een controleput geplaatst. Door regelmatig monsters af te nemen wordt de werking van de olieafscheider gecontroleerd.

C.  Zandvangput
Nadat de regenpijp/HWA onder het maaiveld is verdwenen wordt het water onder afschot vanaf de woning naar een zandvangput geleid. In de zandvangput kan het zand bezinken en gaat het water met opgeloste stoffen en heel fijn organisch materiaal verder naar de infiltratievoorziening. Sommige zandvangputten zijn voorzien van een fijnmazige zeef. De praktijk heeft uitgewezen dat deze zeven verstopping kunnen veroorzaken. Over het nut en noodzaak van deze zeven zijn de meningen nog verdeeld.

Infiltratie buizen
Er zijn zowel horizontaal (foto 5) als verticaal (foto 6) te plaatsen infiltratie-systemen op de markt. Horizontaal in zowel beton als kunststof en verticaal alleen in kunststof. Vanwege de afmetingen en de benodigde machines is het zandvangputongebruikelijk dat er op een woning of gebouw niveau gebruik wordt gemaakt van waterdoorlatende buizen. Dit ligt anders voor het infiltreren van hemelwater afkomstig van straten en bijvoorbeeld bedrijventerreinen. Waterdoorlatende buizen worden daarom meestal ingezet bij gemeentelijke

Foto 6: Horizontale Infiltratiebuis

projecten.

Foto 5: Verticale infiltratiebuis

Drainageslang met bovengrondse uitloop
Een laagdrempelige mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater afkomstig van daken van woningen is de drainageslang met bovengrondse uitloop. Na de zandvangput wordt een dikke drainageslang omwikkeld met anti worteldoek, aangebracht. Deze kan een route door de tuin volgens langs de plekken waar het snel te droog is. Het uiteinde van de slang komt bovengronds op een plaats waar overstromen bij hevige neerslag geen kwaad kan. Het uiteinde van de slang moet hierbij lager zijn dan de hoogte van het maaiveld bij de woning.

Grind- en Granulaatkoffer
Samen met de zakput is dit de klassieke ondergrondse infiltratievoorziening. Grindkoffers (foto 7) bestaan uit relatief goedkoop materiaal (grind/granulaat en anti worteldoek) en kunnen onder de bestrating toegepast worden. Deze manier van infiltreren wordt steeds vaker toegepast als goedkoper alternatief van de infiltratiekrat. Er is wel meer ruimte nodig voor het creëren van voldoende bufferruimte (capaciteit). Er is dus een groter volume grindkoffer nodig om een kleiner buffervolume voor het water te creëren. Het grind neemt zelf namelijk al een groot deel van het volume in. Bij de aanleg komt er relatief veel grond vrij, waar op het perceel niet altijd een goede bestemming voor is.

Foto 7: Grindkoffer

De Infiltratiekrat
Infiltratiekratten (foto 8) zijn een moderne en logische variant op de grindkoffers. Vanwege het open

Foto 8: Infiltratiekoffer

volume (meer dan 90%) blijven de graafwerkzaamheden tot een minimum beperkt. De kratten zijn daarnaast makkelijker hanteerbaar. Als de grootte van de infiltratievoorziening bekend is kan men eenvoudig het juiste aantal kratten plaatsen. De populaire   infiltratiekratten zijn er in veel varianten met uiteenlopende prijzen en in uiteenlopende kwaliteiten. Infiltratiekratten worden omwikkeld met geotextiel om ervoor te zorgen dat het water er wel uit kan, maar de grond er niet in.

 

Een stukje theorie
Hemelwater zakt van zelf de bodem in. De snelheid waarmee dat gebeurd is afhankelijk van de het water doorlatend vermogen van de bodem. Deze hangt af van bijvoorbeeld de korrelgrootte en de organische stof fractie. De hoeveelheid water die weg kan zakken is evenredig met het bodemoppervlak, ook bij ondergrondse infiltratiesystemen. Het waterdoorlatend vermogen van de bodem, het volume van de infiltratievoorzieningen, en het oppervlak van met name de zijkant van de infiltratievoorziening zijn van invloed. Net als de grondwaterstand en de capillaire zone er boven. Dit alles speelt een rol bij de snelheid waarmee de infiltratievoorziening leeg- en vol loopt. Natuurlijk zijn ook de hoeveelheid neerslag gedurende de periode voorafgaand aan de regenbui, de hevigheid van de bui, het soort dak (plat of % hellingshoek) en het materiaal van het dak of de verharding van invloed.

Al deze variabelen beïnvloeden de keuze van infiltratiemethode en het volume van de infiltratievoorziening.

De praktijk
Het maken van een juiste infiltratiekeuze is van groot belang om ook in de toekomst een juiste waterafvoer te behouden. Het ontwerpen van het infiltratiesysteem en de materiaalkeuze zijn uiteindelijk maatwerk en kunnen per situatie verschillen. Waterafvoer wordt regelmatig verkeerd aangelegd omdat er te makkelijk over gedacht wordt, of men zich er onvoldoende in verdiept heeft. Zeker ook ondergronds aangelegde systemen zijn achteraf moeilijk aan te passen.

Ploegmakers GGI heeft meer dan 10 jaar praktijkervaring met het afkoppelen van gebouwen tot 6000m², en volgt nieuwe ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend. Naast de kennis is het ook de passie voor bodem en water die bijdragen aan het vakmanschap op infiltratiegebied.

Wilt u een doordacht en goed werkend infiltratiesysteem voor uw woning, bedrijfsgebouw of woonwijk  neem dan contact met ons op. Wij helpen graag met het maken van de juiste keuze en het realiseren van een passend Ploegmakers GGI (Grind en Granulaat Infiltratie) systeem

Foto 9: Ondergronds infiltratiekratten systeem, aangelegd door Ploegmakers GGI

 

« Terug naar overzicht